Wij zijn Killian en Claire, de oprichters van Angelino. We zijn Frans-Italiaans en hebben in Nederland ons thuis gevonden.
Nederland heeft een van de meest open eetculturen van Europa. Maar zodra het om Italiaans eten gaat, bestaat de keuze vooral uit dezelfde supermarktproducten, ver van wat men in Italië echt eet.
Het Italiaanse schap is altijd hetzelfde. Mozzarella die nergens naar smaakt. Pesto die nooit verse basilicum heeft gezien. Pastasaus die zoeter is dan hij hoort te zijn. Olijfolie zonder oogstdatum, zonder cultivar, zonder naam. Dezelfde merken, dezelfde recepten, gladgestreken om iedereen te bevallen. Italië teruggebracht tot een vlag op een deksel. Je weet niet wie het heeft gemaakt, met welke olijven, uit welke boomgaard.
Wat we wilden was eenvoudig: het gevoel weer op tafel brengen. Thuis dezelfde kwaliteit proeven als wanneer je kriskras door Italië reist en een kleine producent je iets laat proeven waarvan je in één hap begrijpt waarom het zo bijzonder is.
Waarom Angelino
Zie Angelino als een Italiaanse opa, maar dan als winkel. De opa, of de oom, die je meeneemt naar zijn moestuin en je een tomaat laat proeven die hij net heeft geplukt, nog warm van de zon. De nonna die op een gewone middag pasta uitrolt op de keukentafel, omdat de familie komt eten.
Met de hand gemaakt, op kleine schaal. Eten van mensen die hun grond en hun recepten uit hun hoofd kennen, omdat ze die hebben geleerd van wie hen voorging. Potten die in kleine series worden gevuld, olie van olijven die ze zelf telen, koekjes die met de hand worden gevormd. Niets gaat gehaast, niets is gemaakt om twee jaar mooi te staan in een schap.
Achter de naam zit het idee van doorgeven: waarden, kennis, liefde voor de grond en voor de plekken waar ons eten vandaan komt. Daar draait het bij ons om.
Hoe we onze producenten kiezen
In ruim acht maanden bezochten we meer dan veertig producenten, vaak op hun eigen bedrijf. Veertien daarvan vormen nu onze selectie. Het is pas het begin: de lijst groeit, en elke nieuwe naam kiezen we op dezelfde manier.
De eerste toets is de omvang. We werken met kleine bedrijven, meestal families, met een keten die zo kort mogelijk is. Mensen die met hun eigen handen telen, oogsten, koken en inmaken, en een vak voortzetten dat aan hen is doorgegeven. Wordt een bedrijf te groot, dan gaat er onderweg iets verloren: eerst de kwaliteit, dan de herleidbaarheid. Daar haken wij af.
De tweede toets is de smaak. We kiezen zoals we altijd aan tafel hebben gedaan: we proeven. Raakt een product ons, dan krijgt het een plek. Zo niet, dan niet.
Eén eenvoudige regel vat het samen: ligt het in de Nederlandse supermarkt, dan is het niets voor ons. Staat het op tafel in een kleine trattoria, dan hoort het hier. Zo'n plek met papieren tafelkleden en zonder menukaart, waar de eigenaar je vertelt wat er vandaag goed is. De bruschetta waar je jaren later nog aan denkt. De olijfolie over warm brood op een terras in Apulië. De late lunch in een Toscaans dorpje die overging in de avond. Daar draait Angelino om, en elk product in onze selectie moet zo'n moment terugbrengen.
Een korte keten, met opzet
We kopen rechtstreeks bij onze producenten, zonder tussenpersoon, en we kennen ze allemaal bij naam. We weten wie de olijven heeft geplukt, op welke heuvel de citroenen groeiden en uit welke keuken de koekjes komen. Elk product is terug te voeren op een familie, een plek en een manier van werken. Soms bijna tot aan de boom waaraan de vrucht groeide.
Deze korte keten is geen logistiek detail, maar de kern van ons verhaal: respect voor de grond, voor het product en voor de mensen erachter.